|
Een gedeelte uit een colomn die ik tegen kwam op link2party over nepnegers:
“Waddup T.T., kom je eraan of noh? ” vraagt mijn chocolade-suri matti. “Ik chill em rustig ouwe, die torri hier is zwaar opgefokt” zeg ik hem terwijl ik in een rotondefase een afslag mis.” Zit je nog steeds in die waggi dan?!” vraagt deze lauwe pappi “Ja mang, die bak van me brengt me nergens, duidelijk! ” No spang, no spang, ik spreek u laterz, peace!” “Aight, ruik u laterz.”
Nu ik me op verre wegen richting duistere oorden bevind en de verlichting in deze pittoreske surroundings ook te wensen overlaat, is het tijd voor een fase van zelfreflectie. Ik denk na over de codetaal die zojuist uit mijn bevallige gebekte kwam. Mijn Brabantse mams zou me niet verstaan. Sinds ik als boeren garnaal Brabantse oorden inruilde voor civiele wantoestanden in de rofste stad van Nederland, heb ik te maken met cultuurverschuiving van persoonlijke aard. Waar ik vroeger in tijden van oldskool gabber, terror en raciale kwesties compleet anti was met vlaggen fier prijkend op een bomber, ben ik veranderd in bounty-lover eerste klas. Nu ik een sleepbeen heb ontwikkeld en mijn maten voornamelijk bestaan uit multi-raciale aangelegenheden, geadopteerd of serieus van een eiland, weet ik het: ik ben een fopneger, een wigger, een blanke wannabe nepneger. (to GOD: jij had gelijk) Interessante praatjes, vermengt met Londonstylo street-slang en een tikkeltje suri-input, nemen de overhand in mijn officieel ooit Brabantse bestaan.
Ik ben niet alleen! Er zijn meer nepnegers onder ons. De Noh’s, loesoe’s, fattoe’s, matti’s, torri’s, patta’s, sweeti’s en tolli’s komen uit bekjes van onze blanke medekandidaten die ogenschijnlijk verstrikt zijn geraakt in een identiteitscrisis. De versurinamisering van de Nederlandse taal en cultuur lijkt een feit. U kunt zich verzetten. U kunt zich beroepen op het Algemeen Beschaafd Nederlands. U kunt correcties aanbrengen als een strenge meester Nederlands, maar vroeg of laat zult ook u ten prooi vallen aan deze vervorming van de oer Hollandse tekst. Hebben wij hier te maken met een nieuwe creatieve invulling van de Nederlandse taal? Een mengelmoes van Oudhollands, English spoken en een flinke dosis multiculti uit een tekstueel blik? Een vorm van tofdoenerij of een logisch gevolg op de eindeloze integratiekwestie die ons kikkerland al decennia bezighoud? Zijn we eindelijk op het punt dat ras en eigenschap zich onbewust vermengt tot een interessant multi-cultiverschijnsel wat jeugdig Nederland zonder enige moeite eigen maakt?
|