|
| quote: | Originally posted by DJ_Siesta
Hoofdstuk 1:
Wat zijn drugs?
Drugs kunnen verschillende effecten hebben. Eén ding hebben ze echter allemaal gemeenschappelijk; het zijn allemaal stoffen die de hersenen op een bepaalde manier prikkelen. Die hersenprikkels veroorzaken zoals al eerder vertelt, allerlei verschillende effecten:
* Stimulerend:
Door het te gebruiken van dit middel krijgt de gebruiker het gevoel meer energie te hebben en alerter te zijn. Voorbeelden van stimulerende middelen zijn: cocaïne, amfetamine (speed), maar ook tabak en koffie.
* Verdovend:
Door het te gebruiken van dit middel krijgt de gebruiker het effect van een slaperige roes. De verdovende drugs hebben een kalmerende en ontspannende werking, het leven wordt aangenamer. Voorbeelden van verdovende middelen zijn: heroïne en andere middelen, maar ook alcohol en slaapmiddelen.
* Bewustzijnsveranderend:
Door het te gebruiken van dit middel veranderen stemming en waarneming; men gaat de wereld anders zien. Voorbeelden van bewustzijnsveranderende middelen zijn: LSD, paddo’s en andere tripmiddelen.
Wanneer we dus alleen uitgaan van de werking zouden alcohol, tabak en koffie dus ook drugs zijn. Waarom zijn ze dan toch geen drugs? Daar leest u meer over in het volgende stuk tekst:
Wat zegt de wet over drugs?
De wet maakt echter een heel ander onderscheid tussen de verschillende soorten drugs. Die wet over drugs heet de Opiumwet. In de Opiumwet zijn alle middelen opgenomen die als drugs worden beschouwd. De meeste van deze middelen worden gebruikt in de geneeskunde (dit zijn natuurlijk vooral de verdovende middelen). Bij verkeerd gebruik vormen zij een risico voor de gezondheid.
De Opiumwet bestaat uit twee lijsten.
Op lijst 1 staan de producten waarvan de overheid denkt dat ze de grootste risico’s vormen. Hierbij moet gedacht worden aan heroïne, cocaïne, amfetamine (speed), LSD en XTC.
Op lijst 2 staan producten waarvan de overheid denkt dat ze een minder groot risico vormen. Hierbij moet gedacht worden aan hennepproducten (hasj en weed) en slaap- en kalmeringsmiddelen (Valium en Seresta).
Zowel voor de middelen van lijst 1 en 2 geldt, dat productie, handel en bezit verboden is. Het enige verschil is dat voor de middelen op lijst 1 zwaardere straffen gelden, dan voor die op lijst 2. Verder geldt nog dat grootschalige productie en grensoverschrijdende handel eerder worden aangepakt dan het bezit van kleine hoeveelheden voor eigen gebruik. Ook al gaat het om de middelen met grotere risico’s zoals die van lijst 1.
Hoofdstuk 2:
Waar komen drugs vandaan?
Drugs komen uit de natuur.
de plant: Het middel:
hennepplant hasj en marihuana
peyote- cactus en sommige paddestoelen sterkere bewustzijnsveranderende middelen
coca- plant cocaïne
papaverplant opium, basis van morfine en heroïne
Vanaf het begin van de negentiende eeuw is geleidelijk aan ontdekt welke stoffen uit de planten werkzaam zijn. Sommige stoffen konden ook in laboratoria worden nagemaakt. Stoffen zoals LSD, XTC en benzodiazepinen (Valium en Seresta) werden in het laboratorium uitgevonden.
Sommige drugs lijken uit het niets voort te komen. Eerst worden ze bijvoorbeeld alleen in beperkte kring gebruikt, later breidt dat zicht uit en ontstaat er onrust. Er ontstaat onrust, omdat men niet weet wat de risico’s van de “nieuwe drugs” zijn. Recente voorbeelden daarvan zijn XTC en zogenaamde natuurlijke drugs (ecodrugs). Ecodrugs zijn samengesteld uit plantaardige bestandsdelen, maar daardoor niet minder gevaarlijk dan de chemische middelen.
Ondanks de strenge aanpak van handel en productie is niet tegen te gaan dat illegale drugs bij de gebruiker terechtkomen. Er wordt ook in eigen land drugs geproduceerd. En zolang daar (veel) geld mee te verdienen is, zullen er altijd mensen zijn die het blijven doen, ondanks de risico’s van vervolging.
Druggebruik is niet een verschijnsel van de laatste tijd. De oudste harde bewijzen dateren van 7000 jaar geleden. Het vermoeden bestaat dus dat er altijd wel mensen zijn geweest die drugs gebruikten.
Hoofdstuk 3:
Hoe verslavend zijn drugs?
Je kunt onderscheid maken tussen lichamelijke en geestelijke afhankelijkheid. We spreken van lichamelijke afhankelijkheid, als het lichaam protesteert wanneer met gebruik van een middel wordt gestopt (ontwenningsverschijnselen). Een ander lichamelijk verschijnsel is tolerantie. Dit betekent dat je bij regelmatig gebruik steeds meer nodig hebt om hetzelfde effect te voelen. Er zijn middelen die beide verschijnselen met zich meebrengen, maar dat hoeft niet persé. Bij bepaalde middelen treedt geen van beide op.
Geestelijke afhankelijkheid houdt in dat de gebruiker het idee heeft niet goed te kunnen functioneren zonder het middel en dus steeds opnieuw het middel wil gebruiken.
In feite kun je geen onderscheid maken tussen drugs die geestelijk verslavend zijn en drugs die dat niet zijn, want dat risico is aanwezig bij alle drugs. Maar of geestelijke afhankelijkheid optreedt ligt meer aan de gebruiker en zijn of haar persoonlijke situatie, dan aan het middel. De vraag is: hoe graag, hoe vaak en in welke mate de gebruiker het effect van een bepaald middel wil ervaren.
Het is dus moeilijk in algemene zin iets te zeggen over het risico van afhankelijkheid voor elk van de middelen, vanwege individuele verschillen: de ene gebruiker kan bijvoorbeeld snel geestelijk afhankelijk zijn van hasj, terwijl de andere gebruiker daar nooit last van krijgt. Maar die kan op zijn beurt weer snel aan een ander middel verslaafd raken.
Toch is in de praktijk wel vast te stellen dat de ene drug tot minder verslavingsproblematiek leidt dan de andere drug, waar dat ook door mag komen. Wanneer iemand echt afhankelijk van een drug is geworden, is het vaak een zware opgave om er weer vanaf te komen. Bij veel harddrugs en bij slaap- en kalmeringsmiddelen is de neiging van de gebruikers erg groot om weer te beginnen, omdat het niet gebruiken lichamelijk en/ of geestelijk als heel onaangenaam wordt ervaren.
Hoofdstuk 4:
Wat zijn de risico’s?
Het effect van veel drugs is voor een groot deel afhankelijk van de conditie en de stemming van de gebruiker op dat moment. Meestal wordt de heersende stemming versterkt. De effecten kunnen heel anders uitpakken dan de gebruiker verwacht. Onvrede kan omslaan in diepe neerslachtigheid, angst kan omslaan in paniek.
Druggebruik brengt daarom een extra risico met zich mee voor mensen die geestelijk kwetsbaar zijn.
Ook lichamelijk kan een drug ‘verkeerd vallen’. Dat kan zich uiten in misselijkheid of braken. Maar het komt ook voor dat een gebruiker zo slecht reageert, dat hij onwel wordt.
Het gebruik van de meeste drugs brengt risico’s met zich mee voor mensen met hart en vaatziekten. En zoals hiervoor al gezegd, mensen met geestelijke problemen.
Net als het gebruik van alcohol is het gebruik van drugs af te raden tijdens de zwangerschap. Hetzelfde geldt voor de periode waarin borstvoeding wordt gegeven. De werkzame stoffen kunnen doorgegeven worden.
Een risico waar veel over gesproken wordt, is dat van een overdosis: een dodelijke hoeveelheid van een bepaalde drug. Iemand die weet waar hij mee bezig is en die exact weet wat en hoeveel hij inneemt, kan eigenlijk alleen maar bewust een overdosis nemen.
Wat vaker voorkomt, is dat iemand iets anders inneemt dan hij verwacht, of onwetend een combinatie van stoffen inneemt die elkaars werking versterken. In de eerste plaats is moeilijk vast te stellen wat je koopt. Het komt regelmatig voor dat een pil of poeder niet bevat wat de verkoper beweert dat erin zit. Er kan minder, maar ook meer werkzame stof in zitten. En er kan heel iets anders inzitten, tot zeer gevaarlijke stoffen aan toe. Voor illegale drugs bestaan immers geen officiële kwaliteitscontroles. In de tweede plaats nemen veel gebruikers verschillende drugs door of naast elkaar. De effecten daarvan zijn niet altijd voorspelbaar en kunnen heftig en bedreigend zijn. De combinatie van alcohol met slaap- en kalmeringsmiddelen is daar een bekend voorbeeld van, maar ook de combinatie als die van XTC en speed kunnen verkeerd uitpakken. Dergelijke combinaties worden niet altijd bewust genomen, omdat een pil of poeder zoals gezegd iets anders bevat dan de verkoper beweert.
Drugs beïnvloeden in het algemeen de waarneming en het concentratievermogen. In het verkeer en in veel werksituaties vergroot druggebruik de kans op ongelukken. Druggebruik in het verkeer is strafbaar. Ook prestaties op school kunnen onder het gebruik van drugs komen te lijden. Tenslotte kan de wijze van toedienen risico’s inhouden. Door het gebruik van elkaars vuile injectiespuiten bestaat het risico van een besmetting. Aids en hepatitis kunnen op deze manier verspreid worden. Overigens is het aantal heroïnegebruikers dat spuit sterk teruggelopen, tot minder dan een kwart van het totale aantal gebruikers.
Risico’s op lange termijn
Bij langdurig gebruik is vaak sprake van moeten gebruiken, ofwel van afhankelijkheid. Of dit nu op zich een risico genoemd moet worden of niet, is niet zo interessant. Het is wel zo, dat op lange termijn de schade aan lichaam en geest groot kan zijn. Voor een gedeelte wordt die veroorzaakt door de inwerking van de drugs zelf. Bepaalde organen kunnen overbelast raken. Geestelijk kan iets dergelijks plaatsvinden. Voor een ander deel wordt de schade veroorzaakt door de manier van leven die als het ware door de drug wordt afgedwongen. Wanneer alleen het middel nog van belang is ten koste van gezond eten of van een gezond sociaal leven, kan de ontwikkeling geremd worden en de gebruiker zelfs lichamelijk en geestelijk aftakelen. Tenslotte: het is goed mogelijk dat op lange termijn risico’s spelen die nu nog niet (goed)bekend zijn, bijvoorbeeld de mate van hersenbeschadiging bij gebruik van XTC.
Hoofdstuk 5:
Wat is het verschil tussen harddrugs en softdrugs?
De middelen op lijst 1 worden in de omgang ‘harddrugs’ genoemd. Hasj en weed zijn ‘softdrugs’. Harddrugs kennen- volgens de wet- dus een groter risico dan softdrugs en dat is te merken in de strafmaatregel. Slaap- en kalmeringsmiddelen zijn uitzonderingen, omdat ze op recept worden uitgeschreven en niet snel uit experimenteerdrang worden gebruikt (hoewel ze ook in de illegale ‘drugsscene’ verhandeld en gebruikt worden).
In de werkelijkheid ligt het minder zwart- wit. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat je dat ‘hard’ mag noemen. Omgekeerd komt ook wel voor, hoewel ‘soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk is vol te houden. Daarnaast zijn er middelen zoals alcohol en tabak, middelen die wat betreft de schadelijkheid niet onder doen voor de officiële harddrugs. Het grote verschil is dat deze maatschappelijk min of meer geaccepteerd zijn.
Hoofdstuk 6:
De soorten drugs
Drugs kunnen we in de 3 groepen verdelen:
- Stimulerend
- Verdovend
- Bewustzijnsveranderend
In die verschillende groepen zitten bijna al de soorten in gedeeld.
Voorbeelden van stimulerende middelen zijn:
- cocaïne
- speed
- koffie
- doping
Voorbeelden van verdovende middelen zijn:
- heroïne en andere opiaten
- alcohol
- slaapmiddelen
Voorbeelden van bewustzijnsveranderende middelen zijn:
- LSD en andere tripmiddelen
- XTC
- hasj en weed
- paddo’s
Er zijn echter nog veel meer drugs op te noemen, maar we zullen het maar over een paar soorten drugs gaan hebben.
Deze soorten willen we uitgebreid gaan behandelen:
- cocaïne
- paddo’s en andere tripmiddelen
- heroïne
- hasj en weed
- speed
- XTC
Cocaïne
Cocaïne kan op verschillende manieren worden gebruikt. Gewone cocaïne wordt gesnoven. Maar het kan ook worden gespoten of gerookt. Van de cocaïne word je niet lichamelijk afhankelijk van, maar geestelijk kan deze zeer groot zijn.
Cocaïne komt oorspronkelijk uit het hoge Andesgebied. Cocaïne wordt gemaakt van de cocaplant. Bij het gebruiken van cocaïne verdwijnen het hongergevoel en vermoeidheid. Pijn wordt minder snel voelbaar. De gebruiker wordt opgewekt en vrolijk, voelt meer energie en denkt de hele wereld aan te kunnen.
De effecten op lange termijn zijn: gewichtsverlies, slapeloosheid, angsten, waanvoorstellingen, geprikkeldheid, achterdocht, agressiviteit. De cocaïne zorgt voor uitputting van je lichaam. Je wordt zeer depressief als je wilt stoppen na zeer intensief gebruik.
Paddo’s en andere tripmiddelen
Tripmiddelen kunnen op verschillenden manieren worden gebruikt. LSD wordt geslikt en gebruikt door middel van een papertrip. Paddo’s worden gegeten of gedronken. Peyote-cactus wordt gekauwd. Van de tripmiddelen ben niet lichamelijk –en geestelijk afhankelijk. Bijna alle tripmiddelen komen uit de natuur vandaan, denk aan bijv. paddestoelen. LSD werd in 1943 ontdekt in een laboratorium. De tripmiddelen versterken de emoties en veranderen de beleving van tijd en ruimte. De gebruiker krijgt vaak hallucinaties: hij ziet en ervaart dingen die er niet zijn. Als de tripmiddelen zijn uitgewerkt krijgt de gebruiker last van angstaanvallen.
Heroïne
Heroïne wordt meestal gespoten. Bij de chinezen wordt heroïnepoeder op een stukje aluminiumfolie gelegd en verhit. De vrijkomende dampen worden door een kokertje opgezegen en komen zo rechtstreeks in de longen terecht. Op deze manier wordt de heroïne gechineesd. Heroïne kan ook worden gerookt of gesnoven. Heroïne is een zeer gevaarlijke drug, want je bent er zeer snel sterk afhankelijk van zowel lichamelijk als geestelijk.
Heroïne komt uit Zwitserland. Het wordt gemaakt van de papaver gemaakt. Uit de papaver wordt opium gehaald. Uit die opium komt dan morfine en daarvan kan via een chemische behandeling heroïne gemaakt worden. Bij het gebruik van heroïne worden de ademhaling en de hartslag langzamer. De lichaamstemperatuur gaat iets omlaag. Opiaten verminderen de werking van darm –en kringspieren. Er zijn veel verschillende effecten die op langere termijn kunnen optreden, zoals braken, hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en onverschilligheid.
Hasj en weed
Hasj en weed worden meestal vermengd met tabak en dan met een of meer vloeitjes tot een sjekkie gerold. Dat heet dan een stickie of joint. Het roken heet blowen. Er zijn ook mensen die het in eten verwerken, meestal een taart of zogenaamde spacecake. Van de hasj en weed kan je niet lichamelijk afhankelijk zijn. De geestelijke afhankelijkheid kan heel groot zijn bij intensief gebruik. Hasj en weed zijn afkomstig uit de hennepplant. De hennepplant is een kleine 5000 jaar geleden in China ontdekt.
De gebruiker voelt zich ontspannen. Het versterkt de gevoelens en het verminderd het concentratie –en het reactievermogen. Bij hoge dosering angst, paniek en soms bewustzijnsverlies. De gevolgen op langere termijn zijn veel erger. Het levert schade aan bij de ademhalingsorganen. En blowen kan zelfs kanker veroorzaken.
Speed
Speed wordt geslikt, gesnoven en gespoten. Van speed heb je geen lichamelijke afhankelijkheid, maar de geestelijke lichamelijkheid kan zeer groot zijn. Speed werd in 1930 in een laboratorium uitgevonden. Speed is een andere naam voor wekaminen. Bij het gebruik ervan neemt de concentratie toe, vermoeidheid, slaap en eetlust verdwijnen. Je krijgt een zelfoverschatting. De effecten op langere termijn zijn rusteloosheid, geprikkeldheid, gewichtsverlies, angsten, achterdocht, waanvoorstellingen, agressiviteit.
Speed zorgt voor uitputting van je lichaam. En het is zeer gevaarlijk voor mensen met hart –en vaatziekten.
XTC
XTC is in de vorm van pillen of capsules te koop. Je wordt niet lichamelijk afhankelijk van XTC. Geestelijke afhankelijkheid komt voor. Een andere naam voor XTC is MDMA. MDMA werd rond 1900 voor het eerst in een laboratorium gemaakt. XTC geeft de gebruiker een oppeppend gevoel. Je krijgt meer energie. De vermoeidheid wordt onderdrukt. Je waarnemingen worden intenser.
Aantasting van het geheugen en de hersenen zijn de gevolgen op langere termijn, maar kunnen ook al na het eerste gebruik optreden. Omdat je in zo’n energie krijgt merk je het niet dat je het heet krijgt en kunnen ook verhitting en uitdroging gevolgen zijn. Veel XTC pillen bevatten wat anders dan gezegd wordt. Het kan dus zijn dat je dan een nog schadelijkere stof slikt. Er zijn op deze manier al doden gevallen. XTC is een drug die zeer in trek is bij de jongeren. Wie geen risico wil lopen neemt deze drug niet. Want hij is zeer gevaarlijk.
Hoofdstuk 7:
Heeft Nederland een drugsprobleem?
Net als elk land heeft ook Nederland een drugsprobleem. In ons land wordt ervan uitgegaan dat er in een samenleving altijd drugs gebruikt zullen worden, ondanks dat het wettelijk verboden is. Het beleid is er enerzijds op gericht om gebruik te voorkomen en schade bijgebruikers te beperken.
Dat noemen we ‘preventie’. Daarnaast wordt de overlast voor de maatschappij zoveel mogelijk beperkt. Er wordt daarom veel informatie over drugs gegeven en veel aan de begeleiding van gebruikers gedaan.
Drugs vormen een onderwerp waarover veel indianenverhalen de ronde doen. Dat zal ook altijd wel zo blijven. Veel mensen zijn bang voor drugs en druggebruikers, terwijl anderen juist weer gevoelig zijn voor de aantrekkingskracht die nu eenmaal van verboden zaken uitgaat. Door onbekendheid met de feiten wordt het werkelijke probleem gemakkelijk verkeerd ingeschat.
Schattingen van aantal verslaafden:
probleemdrinkers (meer dan acht glazen per dag) 650.000
alcoholisten (meer dan twaalf glazen per dag) 330.000
verslaafden aan slaap- en kalmeringsmiddelen 150.000
verslaafden aan gokken 70.000
opiumverslaafden (heroïne e.d.) 25.000 - 28.000
Hieronder is een tabel van het aantal inschrijvingen in 1998 bij een Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD) of een andere instelling voor verslavingszorg. Het betreft mensen die zelf een verslavingsprobleem hebben of mensen die hulp vragen in verband met een verlaafde partner, een verslaafd kind of een verslaafde ouder. In verhouding maakt de eerste groep 93% uit van het totale aantal hulpvragers; het verschilt een klein beetje per middel. In de tabel zijn beide categorieën per middel bij elkaar opgeteld.
Bij deze cijfers moet wel bedacht worden, dat ze slechts het topje van de ijsberg laten zien. Veel mensen met verslavingsproblemen zetten niet de stap naar de verslavingszorg. Dat is met name het geval bij middelen die sociaal geaccepteerd zijn, zoals alcohol en medicijnen. Van de alcoholisten komt maar 5 tot 6 procent bij instellingen voor verslavingszorg terecht, terwijl naar schatting 70 tot 80 procent van de problematische druggebruikers (of: drugsverslaafden) bereikt wordt. Ook de medicijnverslaafden zetten niet snel de stap naar de verslavingszorg. Iemand die Valium of Seresta voorgeschreven krijgt, redeneert al snel: “Het moet (of het mag) van de arts en die zou dat vast niet toestaan als het kwaad kan”. Dit wordt ten onrechte gedacht.
aantal drugsverslaafden per duizend inwoners
Nederland 1,6
Frankrijk 2,5
België 1,8
Portugal 4,5
Zwitserland 4,0 – 6,7
Bij elkaar geven al deze cijfers een aardig beeld van de problematiek. Het ziet er anders uit dan veel mensen- in Nederland en in het buitenland- denken.
Dat neemt overigens niet weg dat er een drugsprobleem is.
Wat doet de overheid?
Een belangrijke doelstelling in het Nederlandse drugsbeleid is het voorkomen van (problematisch) gebruik. De overheid ondersteunt daarom voorlichtings- en preventieactiviteiten.
Met het oog op de gebruikers is het beleid gericht op het beperken van de gezondheidsrisico’s. Waar afkicken aan de orde of gewenst is, biedt de verslavingszorg voldoende mogelijkheden.
Voor veel druggebruikers is een drugsvrij bestaan op korte termijn niet mogelijk. Voor hen is het streven de levensmogelijkheden zo gunstig mogelijk te maken. Bij heroïnegebruikers gebeurt dit bijvoorbeeld door het verstrekken van een ‘onderhoudsdosis’ methadon (of andere middelen) en zorgen voor schone spuiten e.d. Ze blijven daardoor binnen het bereik van de hulpverlening.
Om overlast terug te dringen is de laatste jaren meer nadruk komen te liggen op ‘drang’: verslaafden die regelmatig met de politie in aanraking komen, kunnen kiezen tussen ‘straf of behandeling’. Overigens is het goed om te weten dat volgens onderzoek in Amsterdam het merendeel van de verslaafden (60%) zijn druggebruik betaalt zonder daarvoor criminele activiteiten hoeft te begaan.
De overheid vindt de bestrijding van de georganiseerde criminele drugshandel belangrijk en geeft hieraan de voorkeur. Bezit van kleine hoeveelheden voor eigen gebruik wordt in de praktijk niet hard aangepakt. De achterliggende gedacht is, dat door streng optreden tegen drugsverslaafden de problematiek eerder groter wordt dan kleiner.
De overheid heeft bewust een situatie gecreëerd waardoor de wereld van de softdrugs zo veel mogelijk gescheiden wordt van die van de harddrugs. Dit houdt in dat de verkop van hasj en weed in ‘koffieshops’ niet met voorrang wordt opgespoord en vervolgd, hoewel het volgens de wet strafbaar is. Hierdoor is de kans kleiner dat gebruikers van hasj en weed in aanraking komen met harddrugs. Koffieshops moeten wel aan strenge voorwaarden voldoen:
· ze mogen geen harddrugs verkopen
· geen reclame maken
· niet verkopen aan jongeren onder de 18 jaar
· niet meer verkopen dan een bepaalde hoeveelheid per klant
In veel andere landen maakt de wet geen onderscheid tussen bijvoorbeeld harddrugs en softdrugs of tussen handel en bezit. Bezit van een beetje hasj of weed kan soms jaren gevangenisstraf opleveren. Wie het over de grens meeneemt ook al is het voor eigen gebruik- neemt een groot risico.
Hoofdstuk 8:
Hulp aan drugsverslaafden
De Hoop
De hoop is een evangelisch centrum voor verslaafden in Dordrecht. De Hoop is opgericht op 7 november 1975. De medewerkers van de Hoop helpen je te breken met je verslaving.
‘s Avonds ben je in het centrum, overdag op één van de werkplaatsen.
Ondanks dat de Hoop een christelijk centrum is hoef je niet persé aan de christelijke activiteiten deel te nemen.
De Hoop is te vergelijken met een ziekenhuis. Het eerste jaar dat je bij de Hoop bent regelt de Hoop je financiële zaken. Na dat jaar moet je een eigen bijdrage betalen, die hangt af van hoeveel je kunt betalen. De rest van het geld krijgt de Hoop via giften.
Methadon
Methadon behoort tot de verdovende drugs en wel bij de opiaten. Hij hangt er alleen een beetje bij, want het gaat om een methadon die niet van de papaver wordt gemaakt, maar langs chemische weg wordt gemaakt. De methadon heeft wat andere chemische structuur dan de eigenlijke opiaten, maar heeft bijna wel dezelfde chemische eigenschappen.
Methadon komt voor in tabletvorm en als drankje. Bij legaal gebruik wordt het geslikt of gedronken, als medicijn dus. Maar het is ook op de zwarte markt verkrijgbaar en wordt door verslaafden ook wel gespoten.
De voordelen van methadon zijn, dat methadon blokkeert de behoefte aan heroïne. Maar als de methadon uitgewerkt is, dan is er wel weer behoefte aan heroïne of methadon. Wat belangrijk is is de werkingsduur. Die is bij methadon 24 uur en werkt dus 3 a 4 keer zo lang als heroïne. Dat is dus duidelijk een voordeel: methadon hooft maar eenmaal per etmaal ingenomen te worden. Bovendien hoeft methadon niet zoals heroïne gespoten te worden. En wat tenslotte ook een voordeel is dat bij methadon het mogelijk is om af te bouwen, terwijl dat met heroïne bijna nooit lijkt te lukken. Kortom methadon is een nuttig manier om van de heroïne af te komen |
En jij wilt serieus genomen worden?? ok
___________________
*Mirrors are more fun then noisiveleT*
My Hyves
|