|
Zeer mooi, Tiger! Sta mij toe voor de pietje preciezen een paar veranderingen aan te brengen.
| quote: | Originally posted by Tiger777
In den beginne was er niks dan allemaal iel klein deeltjes en energie ter grootte van ongeveer een handpalm. Dat geheel bleef inkrimpen tot de afstotingskrachten véél te groot werden en men kreeg: de big bang die tot op de dag van vandaag (+5 miljard jaar) doorgaat(uitzetten universum). |
Wat voor de oerknal gebeurde is speculatie. Vorige zin is trouwens intrinsiek zever: de oerknal gebeurde niet in de tijd, maar creeerde het concept tijd. De oerknal gebeurde +14,5 miljard jaar.
| quote: | | Rond 3,5mjd jaar geleden concentreerden zich stofdeeltjes van een reeds eerder uitgedoofde en ontplofte zon zich op de plaats waar wij ons nu bevinden. |
4,6mjd, heb het nog moeten berekenen op examen.
| quote: |
Op plaatsen waar veel stof zat, kreeg men aantrekkingskrachten (=de zwaartekracht) en werden naarmate die kernen meer stof opzogen groter en groter. In het centrum ervan bevond zich de grootste kern:
de zon. Op een bepaald moment klapte die in een en begon ze aan kernfusie te doen. Had jupiter toen nog nét iets meer stof vergaard, was jupiter ook een zon geworden en konden we het leven op aarde wel vergeten. De overige stofwolken werden planeten. De zwaarste massa-de gesteenten en metalen- verdwenen in de kern terwijl de lichte delen –de gassen – in de atmosfeer terechtkwamen.
Ongeveer 1.5mjd jaar geleden was alles voldoende afgekoeld en was het superoercontinent gevormd(Gondwana noemen ze dat…kan verkeerd zijn though). |
Het oercontinent (Pangea) en dus ook de oerzee (Panthalassa) ontstond 270 miljoen jaar geleden; 240 miljoen jaar geleden scheurde een stuk (Laurazië) zich af, dit vormt nu Europa, groot stuk van Azië en N-Amerika. De rest was idd Gondwana.
| quote: | | 1/5 was land, de rest zee. In de atmosfeer bevond er zich enken een beetje CO2, N2, H2 en CH4. Door die samenstelling kreeg men enorm véél bliksems en er kwam veel Infrarood en UV van de zon in de atmosfeer. |
Weinig infrarood, aanzienlijk zichtbaar licht en idd veel UV.
| quote: | Energie in overmaat dus. Als men nu in laboratorium een gelijkaardig gasmengsel als de primaire aardatmosfeer blootstelt aan electrische impulsen en UV ziet men dat er complexe moleculen gevormd worden (eiwitten, vetten en suikers). Deze gingen waarschijnlijk in de zee neervallen. En de zee werd een oersoep. Leven is niet ontstaan in de atmosfeer omdat de IR en UV’s dodelijk zijn voor elk leven. Maar in de zee is men ervan afgeschermd. Probleem is dat men in de zee amper energie vindt nodig om leven te doen onstaan…
Behalve: in de zee vindt men verspreid over héél de wereld hydrothermale spleten. Daar waar de zeebodem dun is en daar vindt men dus wél de nodige energie in de vorm van warmte. Voeg daarbij de opgeloste stoffen gevormd in de atmosfeer en je hebt de basisingredienten voor het leven.
Proeven hebben aangetoond dat een bepaald mengsel opgelost in zeewater oiv pyrolsine-6(dat kan gevormd worden in bovenstaande proef) zich gaat concentreren en samentrekken. Zo kreeg men ophopingen van vetten, suikers en eiwitten in zeewater: de coagulatiedruppels. Die druppels konden uit de oersoep via diffusie stoffen opnemen en afgeven. Het waren open systemen met een metabolisme(Stoffen in => reageren => uit). Wie zegt metabolisme, zegt groei. Deze druppels groeiden en vielen op een bepaald moment uiteen in 2 gelijke delen(= celdeling).
Toen werd door puur toeval in de atmosfeer een RNA molecule gemaakt en kwam die terecht in zo’n coagulatiedruppel. RNA kan aan autocatalyse doen. Maw: A + B =katalysator> C +Katalysator. Het kan een reactie katalyseren die zelf een katalysator voor de reactie aanmaakt. RNA integreerde zich in de druppel en kon daar zichzelf snel reproduceren. De eerste vorm van erfelijkheid treedt hier al op. De coagulatiedruppel met de beste RNA molecule kon zichzelf dus het best katalyseren en kon dus sneller groeien en sneller delen dan anderen. The survival of the fitest…
Door evolutie van de RNA molecules ontstonden RNA’s met steeds betere autokatalyse. Maar RNA is instabiel en er kwam een noodzaak aan identieke en stabiele reproductie. DNA kon pas toen er héél goeie katalysatoren kwamen. En dat gebeurde ook na een veel tijd.
Men krijgt nu dus een enorme toename van het aantal metaboliserende coagulatiedruppels thv de hydrothermale spleten. Door de steeds beter wordende katalysatoren zijn de polymerisatiereacties nodig voor het opbouwen van de druppels minder warmte afhankelijk en kunnen ze van de hydrothermale spleet weg.
De oersoep werd door steeds meer druppels ‘gegeten’ en raakte dus op. Hier komen we aan de eerste grote crisis van het leven: Het opraken van de oersoep.
Er is dus nood aan externe energie & eigen basisstoffen. Chlorofyl(bladgroen) ontstaat hier. Vanaf nu kunnen de druppels hun eigen suikers synthetiseren met de vorming van O2. O2 werd in het water opgelost en reageerde met het aanwezige metallisch ijzer tot roest. Toen alle ijzer oproeste werd het gewoon opgelost in het water of kwam het terecht in de atmosfeer. Probleem is dat O2 een bijzonder agressieve stof is en de coagulatiedruppels oxideert, dus doet ‘afsterven’. De tweede grote crisis.
Men krijgt nu het onstaan van aeroben met chlorofyl: Het eencellig leven is geboren.
Als véél later (+- 800miljoen jaar geleden) een eencellige gaat samenwerken met een bacterie krijgt men de vorming van de eerste echte CEL. En van daaraf krijgt men kolonies van cellen die zich groeperen tot sponzen, dan tot medusen, tot cephalopoda, tot vissen, tot amfibien tot reptielen en vogels en zoogdieren.
Zo, langste post in jaren
|
|